Bouwen aan het fundament

Posted by on Nov 10, 2012 in Nederland, Over Mezelf | 3 comments

‘Nee hoor, ik ben niet zwak of hulpeloos, echt niet! Ik ben aan mijn fundament aan het bouwen!’ Deze oneliner geeft weer hoe ik het gevoel heb me soms te moeten verantwoorden voor mijn zoektocht. Maar wat bedoel ik hier nu mee? Van waar mijn plotse interesse in architectuur? Wel, lees verder en kom erachter. 😉

Ieder bouwwerk, pietluttig klein of ontzettend groot, magnifiek mooi of ontwapenend lelijk,  inspirerend sterk of ontroerend fragiel, heeft een fundament nodig en liefst een fundament dat het respectievelijke bouwwerk kan dragen en ondersteunen. Het fundament dient namelijk te zorgen voor de broodnodige stabiliteit van het bouwwerk. Hoe groter (of grootser) het gebouw, hoe groter en steviger het fundament dient te zijn. Stel je maar eens de ‘Burj Khalifa’ van Dubai (hoogste gebouw op dit ogenblik) voor die gebouwd is op drijfzand of een poreus zanderig hoopje. Wel, het gebouw zou wellicht niet eens opgetrokken kunnen worden.

Over het algemeen vertrouwen wij mensen op de vakkennis en expertise van onze bouwvakkers (en architecten), en terecht ook. Kijk maar eens rond naar de pracht en praal die sommige steden met trots tentoonspreiden. Jazeker, deze gebouwen zijn kunnen ontstaan mede door en omwille van de zorg, toewijding en expertise van de bouwvakkers. Stel je maar eens een maatschappij voor zonder deze prachtige bouwwerken. Steden zouden er algauw saai, benauwd, kleurloos, koud en kil uitzien. Zonder vertrouwen zouden we vanzelf onze bouwwerken aanpassen opdat ze ook zonder fundament zouden kunnen overleven. Er zijn zeker gebouwen die geen volwaardig fundament nodig hebben, maar wil je echt overal stevige militaire bunkers (met de bijhorende afweer- en beschermingsmechanismen) of fragiele tenten zien staan? Beide kunnen zonder degelijk fundament overleven, maar wees nu eerlijk, een stad met enkel bunkers en tenten is toch ook niet echt wat we willen? Bunkers mogen dan wel stevig en robuust zijn, echt mooi en warm kan je ze niet noemen. Tenten daarentegen kunnen wel echt prachtig zijn en je kan er ook best leuke tijden mee beleven. Het nadeel is echter dat ze vaak niet al te lang meegaan. Er moet maar eens een (echt) turbulente periode overwaaien en de tent zal het waarschijnlijk begeven. Ja, fundamenten hebben we nodig, zeker als we iets stabiel en evenwichtig willen uitbouwen.

Maar, zelfs al lijkt het gebouw voor de buitenwereld zeer stabiel en sterk, dan nog kan het fundament te wensen overlaten. Het kan een foutje zijn van de architect, maar er kunnen ook fouten gemaakt worden binnen de afsluiting van de werf, door de bouwvakkers zelf (hoe goed ze het ook bedoeld hebben). Het gebouw, hoe prachtig ook, staat dan wel op een fundament dat niet kan voldoen aan de eisen van het gebouw. Het geheim wordt dan mooi mee begraven in de kelder. Hoe lang zal het gebouw dit kunnen volhouden? Of, het kan ook zijn dat het fundament wel stand kan houden voor zolang er niet te veel van het gebouw verwacht wordt, maar wanneer het gebouw een nieuwe functie krijgt, gerenoveerd wordt, een extra bijbouwing krijgt enz. zou het wel eens te veel kunnen worden. Gaan deze bouwwerken wel bestand zijn tegen aardbevingen, overstromingen of andere grillen van de natuur? En wanneer zal de geur van de rottende karkassen, de grote begraven geheimen, niet langer in de kelder blijven?

Voor zij die dit nog niet doorhebben, dit verhaal dient niet letterlijk gelezen te worden. 😉 Ik weet zo goed als niets af van architectuur en de fundamenten die er aan de basis van liggen. Ook voel ik me niet echt geroepen om hiermee aan de slag te gaan. Waar ik wel meer in geïnteresseerd ben en waar ik me ook zeer sterk mee bezighoud, is de mens (holistisch). Ook de menselijke ‘ik’, het ego, heeft een stabiel fundament nodig. Dit fundament wordt normaliter gebouwd tijdens onze jeugd, binnen de omkadering en de afsluiting van het gezin. Bij het grootste deel van onze bouwwerken leveren onze bouwvakkers goed (of voldoende goed) werk af, maar er zijn ook heel wat bouwwerken waar dit niet het geval is… Ouders bedoelen het zelden slecht, maar ‘fouten’ worden wel degelijk gemaakt. Niet iedere ouder en/of iedere omgeving is ideaal om een kind (in) op te voeden. Er zijn dan ook personen die van thuis uit geen stabiel fundament hebben meegekregen. Maar wij, zij, onze maatschappij wil dit echter vaak liever niet zien. Liever een bunker schilderen, een tentje stutten dan echt het probleem onder ogen te zien. Vertel je er toch over, dan bestaat de kans dat je dient af te rekenen met een stevige portie onbegrip, tegenwind enz. Een probleem onder ogen willen en kunnen zien vraagt dan ook moed en verantwoordelijkheidszin. Laat het nu ook die verantwoordelijkheidszin zijn, die het verschil maakt tussen volwassen en onvolwassen ouderschap. Ieder huisje heeft zijn kruisje, maar niet ieder gezin of elke ouder neemt de verantwoordelijkheid voor zijn ouderschap en de ‘fouten’ die onmiskenbaar in elk gezin gebeuren, op.

Alhoewel ik ook zeker wil pleiten om ‘de fabel van het steeds zo mooie gezin’ te doorprikken, wil ik er toch niet echt een maatschappelijk betoog van maken. Ik hoop vooral met dit bericht op mijn eigen bescheiden manier het taboe te doorbreken. Het is nu eenmaal een gegeven dat vele kinderen, jongeren en volwassenen(+- 10%) in een (echt) onveilige thuissituatie leven of geleefd hebben en er nog de gevolgen van dragen. Deze gevolgen kunnen zich zowel psychisch of fysiek uiten of worden overgedragen op de volgende lijn van nageslacht. Door het nog te grote taboe is het echter zo dat slechts weinigen de hulp en steun krijgen die ze nodig hadden of hebben. Voor vele komt het pas ‘te laat’ en is het best lastig nog een plaats te vinden in deze maatschappij.

Enfin, ikzelf was spijtig genoeg ook een kind met een onveilige jeugd. Ik voel (nog) geen behoefte om in detail te treden over gebeurtenissen, situaties en feiten, maar samenvattend kan ik zeggen dat er in mijn beleving weinig plaats was voor mij als persoon: Ik voel(de) me vaak onwelkom en ongewenst. Ik had zelden het gevoel dat ik mocht zijn wie ik was en mocht denken, voelen en doen zoals ik was. Ook voelde ik me vaak niet goed genoeg voor wie ik was. Ik voelde me vaak heel alleen en ongeliefd, waardering en erkenning ervoer ik niet als onvoorwaardelijk en veilig was de omgeving alleszins niet voor een jonge (gevoelige)  kerel, zoals mij. Ik voelde me minder verzorgd dan dat ik moest. Zorgen en ziekte was alom tegenwoordig. Tot slot ervoer ik zeer veel kritiek en verwijten voor tal van zaken (waar ik achteraf gezien – als kind – helemaal niets aan kon doen). Ik nam deze verwijten binnen en zag mezelf als een zeer slecht, ongewild, ongeliefd, onvermogend persoon die zich schuldig moest voelen voor zijn ontoereikendheid. Nu blijft er nog een sterk gevoel van gemis over en dien ik nog met een heleboel artefacten (overblijfsels van kwetsuren, afweer- en beschermingsmechanisme) om te gaan die zich in tal van situaties laten zien. Maar, wat dit alles eigenlijk nog het aller lastigst maakt is dat – tot op de dag van vandaag – mijn beleving niet gehoord en miskend wordt door mijn ouder(s). Veel liever wordt er weggekropen in de slachtofferrol (anderen de schuld geven van het eigen tekortkomingen) dan echt eens verantwoordelijkheid te dragen voor de eigen daden en te luisteren naar mijn beleving. Het enige dat ik écht nodig heb en wil… Omdat ik de erkenning misschien wel nooit van hun ga krijgen is het belangrijk dat ik die alleszins wel aan mezelf schenk! Het was niet gemakkelijk en het heeft me diep geraakt. Dit is mijn beleving en over een persoonlijke beleving valt niet te discussiëren! Gelukkig zijn er wel anderen die mij (ge)zien (hebben) en die naar mij luisteren als ‘wetende en helpende getuigen’.

Maar goed, het zij zo… Het is mij gelukt (met hulp) om – min of meer – te blijven staan en me sterk te houden (misschien te sterk), maar het heeft dus wel zijn gevolgen. Ik verkeer nu wel in goede gezondheid, heb een diploma, een eigen studio, goede vrienden en een stabiele omgeving (ondertussen toch) maar ik heb dit opgebouwd – ondanks – mijn verleden en niet dankzij. Ik moest wel doorgaan en verder blijven presteren. Ik was de sterke Andreas, zo kende men mij. En sterk heb ik me dan ook gehouden (want voelen doe ik het vaak niet). Als het anderen lukt, waarom zou ik het dan niet kunnen? Ik moest (voor mezelf) presteren zoals het ideaalbeeld het voorhield en moest dit doen in een niet ideale thuissituatie. Na het middelbaar heb ik me wel kunnen losmaken van ‘thuis’, maar de sneltrein reed wel verder. Natuurlijk zou ook ik een hoger diploma behalen, heel de familie deed me dit toch voor? Zo deed ik maar verder, bouwend op een poreus fundament met rottende karkassen in de kelder.

Alhoewel dit misschien niet al te goed mogen klinken, ben ik toch echt wel dankbaar, dat ik ondanks alles, het toch zo goed heb kunnen doen. Lees dit dus zeker niet verkeerd. Ik ben blij dat ik beroep heb kunnen doen op sterke beschermingsmechanismen, maar ik zou het nu wel graag anders gaan aanpakken. Ik merk dat het bouwen aan mijn droomhuis (wat toch niet helemaal hetzelfde is als mijn bunker-tent fusie, nu) niet lukt op dit fundament. Ook blijft de stank van de rottende karkassen niet altijd meer braaf in de kelder. Ikzelf heb spijtig genoeg ook al dingen herhaald uit mijn verleden; ik heb zelf ook al ‘fouten’ begaan. Maar, hoor ze mij alstublieft niet goedpraten. Alhoewel ik evengoed slachtoffer was van mijn verleden hoor ik wel de consequenties te dragen van mijn daden. Ik ben verantwoordelijk voor datgene wat ik doe, zeker nu ik volwassen ben. Enfin, voor ik verder kan en wil, bouwen zou ik graag eerst afdalen om mijn fundament een flinke beurt te geven en de karkassen een eervolle uitvaart te schenken. Ook zou ik graag proberen om mijn eigen ‘fouten’ te herstellen of er alleszins de consequenties van te dragen. Schema’s en patronen van vroeger heb ik nu niet meer nodig. Het is nu tijd om deze op te sporen en bij te stellen. Hopelijk kan ik binnenkort ook eens (opnieuw?) verdriet gaan voelen.

Na een zeer lange inleiding kom ik dan uiteindelijk aan bij de oneliner: ‘Nee hoor, ik ben niet zwak of hulpeloos, echt niet! Ik ben aan mijn fundament aan het bouwen!’ Wat ik hier eigenlijk mee wil zeggen is het volgende: Sta mij toe dat ik nu even wat gas terug neem, me gedeeltelijk terugtrek, niet te veel verplichtingen opneem en tijd maak om echt te gaan beleven en voelen wat ik vroeger nog niet heb kunnen beleven en voelen. Ik blijf niet weg, heus niet. 🙂 Gun me nu deze ruimte en tijd en waarschijnlijk (hopelijk) kom ik sterker terug. Niet sterk in de zin van sterk voordoen, maar sterk in de zin van nog meer mezelf kunnen zijn en nog meer in mijn kwetsbare menselijke natuur te kunnen gaan staan, zonder het gevoel te hebben me te moeten beschermen.

Zoals jullie wellicht wel kunnen aanvoelen is deze oneliner ook verantwoordend geschreven. Wel, je voelt dit zeker niet verkeerd. Ik voel nog regelmatig een sterke drang om me te verantwoorden voor het feit dat ik niet altijd zomaar een ‘standaard traject’ (voor zover dat bestaat natuurlijk) kan bewandelen en dat ik me van tijd enkele verplichtingen ontzie (zoals nu). Alhoewel ik ondertussen van naasten wel regelmatig mag horen dat ze me graag zien en me erkennen in mijn zoektocht vind ik het toch lastig dit te geloven en toe te laten. Vaak voel ik me nog onzeker, klein en angstig. Vandaar ook dat ik nog vaak de noodzaak voel me te verantwoorden, zeker tegen de mensen die me niet zo goed kennen en me niet lijken te zien in mijn mogelijkheden. Ik vind echter dat ook dit er mag zijn. Het is namelijk alleen de acceptatie en het voelen van deze nood die er op termijn voor zullen zorgen dat ik minder de wil of noodzaak zal voelen om me te verantwoorden/bewijzen.

Naast mezelf  verantwoorden zou ik graag anderen nog willen aanmoedigen om hun perspectief bij te stellen. Het is niet omdat je objectief/kwantitatief gezien minder aankunt (doordat je aan je kwetsbaar fundament aan het werken bent bv. ) dat je daarom ook zwak, hulpeloos of minderwaardig bent. Het moeilijk hebben omdat je met je verleden bezig bent zou evengoed als moedig en sterk kunnen gezien worden. Sommige kinderen verdwalen in niemandsland en herhalen hun verleden, of … ze gaan hun traumatische verleden verwerken (Carolien Roodvoets, 2006). Of je nu zelf stopt, of het leven stopt jou,  in beide situaties heb je de kans om echt aan je fundament te gaan bouwen en er achteraf nog beter te staan, als jezelf. Het moeilijk hebben hoeft dus niet alleen lastig te zijn, het kan ook een kans zijn om te groeien naar een ‘betere’ of authentiekere jij!

Graag zou ik dit bericht nog willen afsluiten met enkele bedenkingen:

Het lijkt wel alsof mijn ouder(s) niets goed heeft (hebben) gedaan, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze hebben me zeker ook goede dingen meegegeven en ze bedoelden het alleszins ook goed. Het is echter niet altijd evengoed uitgepakt voor mij en ik heb dan ook het recht om hier kwaad om te zijn. De kans is trouwens ook groot dat mijn perceptie verandert naar gelang ik mijn verleden een plaats heb kunnen geven. Verwerken kan je niet door je emoties geen ruimte te geven. Het is complete onzin dat we onze ouders zomaar onvoorwaardelijk moeten erkennen en liefhebben. Gevoelens kan je niet afdwingen. De enige manier om dankbaarheid en appreciatie te voelen is door ook plaats te maken voor de negatieve gevoelens. Al geven anderen je niet die kans, je mag die zelf wel nemen, want dat is je goed recht!

Ik vind het soms oneerlijk dat het mij wel enigszins lukt om er ‘goed’ mee om te gaan, terwijl dit voor sommige anderen  niet het geval is. Dit wil zeker niet zeggen dat ik ‘sterker’ ben. Situaties kunnen niet zomaar vergeleken worden. Maar toch, ik zou echt niet in sommige anderen hun schoenen willen staan. Ik denk dat iedereen ergens een punt van ‘te veel’ kan bereiken, hoe sterk je ook moge zijn. Oordeel dus niet als iemand het moeilijk heeft (of wees bewust van je oordeel en doe er iets mee). Ik vind het ‘juist’, voor mezelf, dat ik probeer om mijn levenservaring te gebruiken om anderen te helpen en mijn schrijverskwaliteiten te benutten om problemen aan het licht te brengen. Ik bevind mij in de mogelijkheid hierover te schrijven, dit is voor anderen misschien niet het geval? Ik wil iets kunnen teruggeven voor het feit dat ik er wel kan staan en hoop dit te doen door te schrijven en mezelf verder als therapeut te ontpoppen. 🙂

Misschien kan je er niet tegen dat ik hier – al is het gecensureerd – over schrijf, toch vind ik dat ieder verhaal er mag zijn. Het zou onfair zijn wanneer enkel perfecte thuissituaties het licht mogen zien, of dat er enkel fictie verhalen over mogen geschreven worden. Dit gebeurt ook (in het echte leven) en ook zulke ervaringen mogen beschreven worden. Het zou anders een volledig vertekend beeld geven. Nee, ik wil niet dat jullie het vertrouwen opgeven in onze ‘bouwvakkers’, maar als er niets wordt gezegd/geschreven over de plaatsen waar het minder goed loopt, dan gaat er ook niet echt iets aan veranderen. Ik zou er namelijk graag voor zorgen dat meer kinderen een veilige jeugd kunnen kennen en dat mensen met psychische moeilijkheden of ‘zoekende’ niet onterecht de zwarte schapen van de maatschappij blijven/worden. Er rust namelijk nog steeds een veel te zwaar taboe op het hebben van psychische moeilijkheden. Alsof dat mensen met psychische klachten meer verantwoordelijkheid dragen voor hun moeilijkheden dan mensen met fysieke klachten. Laat ik twee karikaturale voorbeelden geven om het verschil duidelijk te maken. Neem bv. een topsporter die een overbelastingsletsel krijgt. De reacties zullen wellicht meer in de trend zijn van: “Ocharme wat een pech.” Als hij bekend genoeg is zullen duizenden hun steun betuigen, zelfs al was het zijn eigen schuld omdat hij te hard en te veel trainde. Nemen we dan een kind, amper oud genoeg om voor zichzelf te zorgen, met een gedragsstoornis. Het is moeten opgroeien in een onveilige en ver van ideale thuissituatie (misschien heeft het zelfs misbruik moeten meemaken), maar toch zullen mensen eerder wegkijken en iets prevelen van: “Wat een schande, daar wil je toch echt niet mee gezien worden. Waarom doet die toch zo moeilijk. Kan die zich niet gewoon gedragen?” Op steun moet het arme kind alleszins niet (amper) rekenen, al is ze eigenlijk nog compleet afhankelijk van haar opvoeders en kan hij/zij dus niet verantwoordelijk worden gesteld voor haar moeilijkheden… Wie van de twee zou de steun en hulp het meest ‘verdienen’ of kunnen gebruiken? Ach, natuurlijk is het meestal niet zo zwart-wit, maar het maakt wel ergens mijn punt duidelijk, niet?

Over het schrijven van dit bericht is best wel wat tijd gegaan. Ik wilde het voor mezelf duidelijk krijgen en er werd mij ook (terecht) ter attentie gebracht dat ik me bewust moest zijn van de motivatie waarmee ik dit bericht online zou zetten. Mocht ik het enkel doen om me te verantwoorden, of om van me af te bijten, dan zou dit me waarschijnlijk achteraf zuur opbraken. Hoe dan ook, ondertussen was/is de tijd dus toch rijp en hebben jullie het werk van vele uren kunnen doorlezen. Proficiat trouwens dat je tot hier bent geraakt. :p Doe nu maar even iets ontspannend, ik ga het alleszins ook doen. 😉

 

Met dank aan:

Carolien Roodvoets – Niemandskinderen: De gevolgen en verwerking van een onveilige jeugd

Alice Miller – De opstand van het lichaam

Lillian B. Rubin – Het Onverwoestbare Kind: Verhalen over overwinningen op het verleden

 

3 Comments

  1. Dank voor je getuigenis…ik herken het afbreken van oude (niet stabiele funderingen) en heropbouwen van
    Nieuwe stevige funderingen voor je eigen Tempel…

  2. Je hebt hoe je het ook went of keert wel een ongelovelijke power meegekregen. Als je van je zwakte je kracht kunt maken is voor jou niets te moeilijk of onbereikbaar.

    Je schrijft goede teksten. Fijn om te lezen en je gedachte te volgen.

    Bedankt voor deze waardevolle en bijzondere ontmoeting.

    Groetjes,

    Marjolein

    • Lieve Marjolein,

      Bedankt voor je reactie en je warme woorden. 🙂

      Grtjs,
      Andreas.

Laat een berichtje na de 'biep'.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: