Onverwoestbaarheid

Posted by on Feb 9, 2013 in Inspiratie, Over Mezelf | 0 comments

Al luisterend naar ‘Breaking me down’ van de metal-band Soil, probeer ik voor mezelf de nieuw verworven kennis uit het boek ‘Het onverwoestbare kind’ te plaatsen en integreren. Al een tijdje liep ik rond met de sluimerende en prangende vragen: ‘Wat maakt dat sommige mensen overeind blijven, of opnieuw overeind kunnen klauteren na het moeten doorstaan van verwoestende gebeurtenissen (in hun kindertijd) en dat anderen hier (nog) niet in slagen (geslaagd zijn)? Is dit werkelijk aan de persoon alleen te wijten, of is er ook een samenspel tussen omgeving en het individu? Hoe kan ik, hoe kunnen wij (als …) ervoor zorgen dat er meer  mensen met zulk een veerkracht trauma’s kunnen doorstaan? Is het wel eerlijk dat sommigen erin slagen hun verleden te overstijgen en dat dit privilege kenbaar niet iedereen gegund is?’ Maar goed, vragen zijn er dus genoeg. Hopelijk kan ik in dit bericht ook enkele bevredigende antwoorden formuleren voor deze vragen. 🙂

Laat ik van start gaan met in grote lijnen uiteen te zetten wat ik uit het boek onthouden heb, beginnend met de omschrijving van onverwoestbaarheid. Een ‘onverwoestbaar’ persoon is iemand die zich ondanks traumatiserende gebeurtenissen (binnen het gezin) toch weet staande te houden, of terug weet recht te klauteren. Hoe hevig de storm ook mogen tieren, het individu – al is het niet steeds onbeschadigd – weigert het op te geven en zich het slachtoffer kleedje aan te passen. In haar boek deed Lillian B. Rubin een poging deze onverwoestbaarheid verder te beschrijven en verklaren aan de hand van de volgende drie kenmerkende eigenschappen: marginaliteit, adopteerbaarheid en intelligentie (in de brede zin van het woord). Voor de duidelijkheid wil ik er nog even bij vermelden dat het in dit boek (vooral) ging over onveilige opvoedingssituaties binnen het gezin, al kunnen de inzichten ook zeker voor andere traumatiserende situaties gebruikt worden.

Onder marginaliteit mag volgens haar verstaan worden: ‘het zich in de periferie van het gezin bevinden’. Dit omdat ze er zelf voor kiezen en/of daar door omstandigheden geplaatst worden. Het erbuiten staan gaat meestal gepaard met (het gevoel) anders te zijn en er niet bij te horen of er niet bij te willen horen. Het zich buiten het gezin bevinden heeft naast ongemak echter ook een groot voordeel in bepaalde situaties. Niet elk gezin vormt namelijk een even goede basis voor een evenwichtig en bevredigend leven. Kinderen met een ‘onveilige jeugd’, blootgesteld aan traumatiserende situaties, doen er veelal goed aan niet volledig deel uit te maken van een dergelijk ontwricht gezin. Alhoewel het er niet bij horen en erbuiten staan vaak ook een onaangename ervaring is, maakt dit het wel mogelijk je los te maken van de verwoestende omgeving en een andere weg in te slaan. Het kunnen bewaren van een gevoelsmatige afstand ten opzichte van het verwoestbaar kwaad, is dan vaak ook een essentiële eigenschap om zelf niet verdwaald te geraken en speelbal te worden van de destructieve familiale patronen, vaak reeds doorgegeven voor ettelijke generaties.

Adopteerbaarheid wordt door Lillian B. Rubin omschreven als de eigenschap van het individu om plaatsvervangende opvoeders, mentoren of andere aan te trekken en om zich te laten bekommeren. Volgens haar is de eigenschap een samenspel tussen enerzijds persoonlijkheidskenmerken zoals het open staan voor nieuwe ervaringen, de weigering zich als slachttoffer gewonnen te geven, een zekere innemelijkheid en anderzijds het vermogen zich open te stellen voor de steun van anderen. Deze adopteerbaarheid is een essentiële aanvulling op de marginaliteit en zorgt enigszins voor een ‘neutralisatie’ en opvulling van de enorme eenzaamheid die meestal gepaard gaat met het erbuiten staan. Het kunnen aantrekken van mensen die om hun geven, hun zien in hun mogelijkheden of beide te gelijk, zorgt ervoor dat het individu kan overleven en toch de noodzakelijke afstand bewaren van zijn eigenlijke gezin.

Intelligentie of begaafdheid is de eigenschap die het rijtje mag afsluiten. Belangrijk om te benadrukken is dat hier niet gaat om de intelligentie die met een potlood-en-papiertest kan gekwantificeerd worden met een ‘IQ-score’, maar wel de ‘uit vele facetten en lagen bestaande eigenschappen van de geest waarmee we een reeks vaardigheden kunnen ontwikkelen’. Allen tezamen vormt dit datgene dat we de intelligentie noemen. De intelligentie zoals hoger beschreven laat zich omwille van zijn complex karakter zeer slecht meten en kwantificeren. Een laag IQ maakt je dus zeker niet minder begaafd.  Je kan heel andere talenten en gaven hebben die niet naar voor komen in een klassieke IQ-test. Volgens de vooraanstaande ontwikkelingspsycholoog Howard Gardner bestaat intelligentie in verschillende vormen: je hebt taalkundige, logisch-wiskundige en ruimtelijke intelligentie, maar ook muzikale, lichamelijke-kinesthetische en twee vormen van persoonlijke intelligentie, namelijk inter -en intra-persoonlijke (inzicht in de zelf en de ander). Laat het nu juist deze laatste twee vormen van intelligentie zijn die enorm belangrijk zijn voor de ‘onverwoestbaarheid’ van een individu (en niet gemeten worden door een klassieke IQ-test). Los van de complexiteit die het meten ervan bemoeilijkt is intelligentie evengoed geen eigenschap van het individu alleen aangezien het niet onafhankelijk van zijn sociaal-culturele omgeving kan bekeken worden. Er is steeds een interactie tussen omgeving en het individu, zo ook zal de intelligentie-score steeds bepaald worden door de sociaal-maatschappelijke bril en de omstandigheden waarbinnen deze gemeten wordt. Samenvattend kan dus gesteld worden dat intelligentie een complexe eigenschap is die niet zomaar kan gekwantificeerd worden in een score. De begaafdheid die mede voor de adopteerbaarheid en weerbaarheid van een ‘onverwoestbaar’ individu zorgt moet dan ook in een breder perspectief geplaatst worden. Het gaat niet louter om de IQ-score, maar wel over intelligentie in de brede zin van het woord!

Goed, ondertussen zijn de begrippen (hopelijk) verduidelijkt. Laat ik nu verder gaan met de andere vragen. Zoals Lillian B. Rubin onverwoestbaarheid beschrijft krijg ik de indruk dat het slechts weinigen gegund is om ‘onverwoestbaar’ te zijn. Ik zou dit echter willen nuanceren. Zoals reeds bij het stuk over intelligentie werd aangehaald zijn deze eigenschappen niet enkel persoonseigen, maar evengoed een samenspel tussen persoon en omgeving. Niet iedereen heeft van nature evenveel meegekregen, maar zelfs al ben je enorm getalenteerd, intelligent, veerkrachtig enz., dan nog kan je je limiet bereiken. Onverwoestbaar kan je enkel zijn wanneer jij als persoon een veilige afstand kunt bewaren van het verwoestende kwaad, adopteerbaar wordt bevonden door je omgeving en talenten hebt die door jouw omgeving als waardevol bekeken worden. Natuurlijk is een persoon niet volledig ‘maakbaar’, maar dit wil evengoed niet zeggen dat de omgeving ook niet ontzettend belangrijk is. Ieder individu kan maar zo ‘onverwoestbaar’ zijn als de omstandigheden dit toelaten. Ieder van ons heeft zijn grens. Niemand is onkwetsbaar of werkelijk – onverwoestbaar maar toch kan iedereen met de juiste eigenschappen in de juiste omgeving toch zeer veel doorstaan, tot in het onverwoestbare. Wat een prachtige paradox toch weer!

Dus: Je mag erin geloven dat ook jij ‘onverwoestbaar’ kunt zijn. Probeer je los te maken van datgene dat je schaad. Hulp vragen hiervoor is geen zwakte, hulp kunnen vragen en aanvaarden is juist een sterkte. Je kan je adopteerbaar opstellen. Geef niet op, blijf ervoor gaan en vertrouw. Iedereen heeft iets dat graag gezien kan worden, één enkele die jou ziet in jouw zijn kan al genoeg zijn om de steun te bieden die je nodig hebt. Probeer ook je eigen sterkten te zien en te ontwikkelen. Niemand is volledig onbegaafd. Kijk goed en je vind zeker wel iets waar je goed in bent en dat je verder wilt ontwikkelen!

Wat ik ook graag wil benadrukken is dat iedereen in zekere maten kan geholpen worden ‘onverwoestbaarder’ te worden. Een omgeving kan een onverwoestbaar karakter krijgen. Je kan niemand helpen zonder dat diegene geholpen wilt worden, of er zelf aan meewerkt, maar als de ander de hand uitsteekt kunnen wij, jullie, zij wel iets betekenen.  Je kan de ander helpen los te komen van het kwaad; hem/haar marginaliseren van de verwoestende omgeving. Je kan waardering en erkenning geven voor zijn persoon en zijn gaven en hem een plek geven (adopteren) waar hij/zij zichzelf kan zijn. En je kan hem of haar helpen haar persoonlijke talenten en gaven te ontdekken en ontwikkelen. Iedereen is begaafd op zijn manier, daar geloof ik stellig in.

Als laatste dan. Is het wel eerlijk dat sommigen hun verleden overwinnen en anderen niet? Goh, eigenlijk mist deze vraag zijn punt. Eerlijk of niet, je helpt jezelf, nog de ander vooruit je hier schuldig  om te voelen. Schuld demobiliseert, terwijl het actie is die kan helpen. Voel je niet schuldig voor de kans die je aangenomen hebt. In de plaats van je schuldig te voelen kan je je energie gebruiken anderen kansen te bieden. Leef je leven, doe waar jij je goed bij voelt en goed in bent en doe dit met de juiste intentie. Wanneer je vol levenslust, kracht en energie je eigen levensweg volgt, neem je vanzelf anderen mee in je kielzog. Iedereen heeft een talent dat hij/zij kan inzetten voor het goed van anderen. Jezelf niet gunnen deze talenten te ontwikkelen onthoudt anderen de kans ervan mee te genieten. Je kan andere niets geven wanneer je niets te bieden hebt. Gun jezelf te krijgen, geef jezelf wat je nodig hebt om zelf te groeien, want dan pas heb je iets te geven aan anderen.

 

Met dank aan:

Lillian B. Rubin – Het Onverwoestbare Kind: Verhalen over overwinningen op het verleden

 

Laat een berichtje na de 'biep'.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: