Eerste week in Oeganda

Posted by on Apr 21, 2013 in Oeganda, Over Mezelf | 3 comments

Een bewogen week, al zeg ik het zelf. Ik heb er drie bijzondere gebeurtenissen uitgekozen om dieper op in te gaan in dit bericht. Al weet ik dat ik jullie nooit écht ga kunnen meegeven hoe het hier is, toch hoop ik er iets van te kunnen overbrengen. Veel leesplezier!

Bezoek aan Kampala (hoofdstad)

Wat beter te doen op een vrije dag dan de (ruime) omgeving verkennen? Het plan was me gisteren al ontsproten, maar de concrete invulling ervan liet ik rusten tot na de (korte) nachtrust. Eerst dacht ik gewoon wat rond te hangen in de omgeving van het hotel, maar ’s ochtends bij het ontbijt kreeg ik de inval me gewoon echt te laten onderdompelen in de hoofdstad zelf: Kampala. Ik zou altijd later nog de omgeving kunnen verkennen.

Maar dan, hoe zou ik daar geraken en zou ik wel iets hebben aan mijn euro’s? Gelukkig kwam de vriendelijk manager juist zijn verwelkomingstoer maken. Nadat ik mijn plan en mijn bedenkingen had geuit, bood hij meteen hulp aan onder het motto “I want you to feel welcome, please feel very welcome!” Hij zou me op een taxi zetten en wat geld lenen om daar te geraken.

Nu ja, een taxi… een klein gehavend Japans busje met veel te veel stoeltjes erin, dekt misschien beter de lading. We zaten met 14 in een busje dat in België maximaal 7 personen zou mogen vervoeren. De buitenkant van het busje zag eruit alsof het al te vaak ‘ongeremde’ fysieke activiteiten had meegemaakt en ook de binnenkant vertoonde tekenen van intensief gebruik. Het systeem werkt echter wel prima hoor. Om de zoveel minuten rijdt er een busje voorbij en de prijzen zijn zeer goed te pruimen. Voor minder dan een euro kon ik het volledige traject afleggen, wat zeker een uur rijden was.

Kampala op zijn beurt was echt een onderdompeling. Overal waar ik keek zag ik mensen, winkel(tje)s, toeterende busjes en taxi-brommers (boda-boda). Blanken kwam ik in het geheel niet tegen voor de eerste uren en zelfs over een volledige dag kan ik het aantal nog op mijn vingers tellen. Ik voelde me dan ook enigszins een vreemde eend en het feit dat de meeste mensen me nakeken deed geen goed aan dit gevoel. Op zich was het niet onaangenaam, maar echt opgaan in de mensenmassa zit er voor een blanke hier wel niet in blijkbaar. Bij te lang kijken of treuzelen wordt je algauw aangeklampt om een dienst of product aan te bieden. Voor hun is een ‘mzungu’ (Oegandees woord voor blanke) dan ook een wandelende portefeuille.

De rit terug liet ik me voor de helft voeren door een boda-boda. Wat een reuze fijne ervaring was. De jonge kerel die ik had uitgekozen was kennelijk weinig bevreesd in het verkeer en deed de rit lijken op een attractie van een pretpark. Zonder helm zoefde we tussen de andere brommers en auto’s door. Ook de toeter werd meermaals gebruikt om aan te geven dat ons duo voorbij wilde. Ik liet hem begaan, erop vertrouwend dat hij dit elke dag deed. Ach ja, spannend was het zeker wel.

De andere helft stapte ik verder, al moet ik wel toegeven dat dit origineel niet het plan was. Ik had de afstand namelijk onderschat. Berouw voelde ik er echter wel niet voor. Het was een mooie wandeling die mij de kans gaf lustig rond te kijken. Onderweg stopte ik ook nog even aan een van de honderden kleine kraampjes langs de kant van de weg. Ik kocht er wat bananen en vroeg of ik misschien een foto mocht nemen. Gek genoeg werd dit gebaar beantwoord met de vraag of ze mijn facebook mocht hebben. Blanke mannen vallen hier precies wel in de smaak? 🙂

Het laatste stuk liet ik me opnieuw voeren door een motorfiets. Met de zon quasi recht boven me werd het wandelen me net iets te warm. Zo’n evenaarszonnetje ben ik toch nog niet echt gewoon! Stilzitten gaat zeer goed, maar in de volle zon inspanningen leveren lukt toch moeilijk zonder zweten. Maar goed, te klagen heb ik niet. Aan zo’n weertje kan ik zeker wel wennen hoor! 😉

Eerste ontmoeting met de Foodstep Home (weeshuis van Foodstep)

Waar te beginnen? Het valt me moeilijk al de indrukken van vandaag te filteren en zeker om er een samenhangend verhaal van te maken. De eerste ontmoeting met Nathalie en Mariska verliep zeer gemoedelijk. Er was geen haast en er moest niet veel. Op het hotel dronken we nog koffie en aten we een ‘djepatie’ (hartige pannenkoek), om dan vervolgens op alle gemak naar de Foodstep site zelf te gaan.

Aangekomen op het terrein kwamen de meeste kinderen ons spontaan begroeten. De kleinste met een knuffel, de grotere met een hand en een beleefde ‘How are you?’ vraag. Zo op het eerste zicht viel er eigenlijk weinig te bespeuren van hun eerder zwaar belast verleden. Ze kwamen er nu gezond en gelukkig voor, wat toch wel opmerkelijk is, zelfs al hoor je maar flarden van hun achtergrond.

Nathalie gaf me vervolgens een korte rondleiding in de Foodstep Home, het nieuwe (t)huis van de ex-gevangenen , ex-straatkinderen en wezen. Voor het ogenblik staat er nog maar één grote ‘barak’ waar alle kinderen wonen, een grote shelter om onder te eten en studeren, enkele speeltuigen en drie ‘paddenstoelen’ waaronder de kinderen uit de zon kunnen zitten.  De rest van de site ziet er nu nog wat uit als een werf. Het plan bestaat er verder uit nog een extra gebouw te plaatsen zodat de jongens en meisjes gescheiden kunnen slapen. Ook zal de kookplaats naast de shelter nog verder afgewerkt worden.

In het contact met de kinderen ging ik vooral in op hun initiatieven. Geplande activiteiten waren er niet. Sommige kinderen kwamen vanzelf kijken wie die grote nieuwe mzungu dan wel was, andere hadden net iets meer aanmoediging nodig.

In de namiddag bleven Ines (een andere vrijwilliger) en ik daar terwijl Nathalie en Mariska nog andere taken gingen vervullen. Ik merkte van mezelf dat ik wel behoefte had bezig te kunnen zijn. Ik vind het namelijk gemakkelijker contacten te leggen terwijl dat ik iets om handen heb. Zomaar in de leegte geworpen worden, doet me toch enigszins ongemakkelijk voelen. Ik zorgde er dan zelf voor dat ik activiteiten kon ondernemen zoals voetbal, basket enz. Vooral de oudere jongeren  leken dit op prijs te stellen. Voor de jongere kinderen was het vaak genoeg je even mee aan tafel te zetten en bv. iets te tekenen of een vlieger te vouwen. Er was vaak niet veel nodig om hun nieuwsgierigheid te prikkelen, al kan ik dit niet veralgemenen. Ik heb natuurlijk nog maar een select groepje leren kennen vandaag.

Eerste ervaring met Kampiringisa

Ondertussen was het reeds donderdag, de dag dat we met Foodstep de jeugdgevangenis ‘Kampiringisa’ gingen bezoeken.

De weg heen (meer dan 2u rijden) bracht me tot stilte. Enigszins nerveus wachtte ik af welke indrukken me zouden opzoeken daar ter plekke. De ontmoeting met het onbekende verliep uiteindelijk veel gemoedelijker dan op voorhand gevreesd. Ik was aanwezig, als mezelf en kreeg direct enkele zoekende handjes van de kleinste, aangeboden. Tijdens het ontmoetingsmoment waar God (Oeganda is sterk christelijk) aanbeden werd onder begeleiding van Nathalie, kwam er een klein meisje op mijn schoot zitten. Haar gezicht was getekend door de harde omstandigheden, maar naar gelang de vrijzinnige mis voortging begon er verandering te komen in haar gemoed. Ineens, schijnbaar zonder reden, begon ze te lachen, eerst ingetogen en dan uitbundig. De kinderen rond haar keken op en vele konden het niet nalaten ook een glimlach op hun gezicht te toveren. Het was namelijk een zeer uitbundige en aanstekelijke schaterlach waar ze ondertussen in zat. Ik voelde me zelf diep geraakt door deze me metamorfose die zich mocht afspelen op mijn schoot. Wat een prachtig geschenk! Later wist Nathalie me nog te vertellen dat ze dat kindje nooit eerder had zien lachen. Jazeker, echt een prachtig een geschenk dus! 🙂

De rest van de middag zocht ik mijn toevlucht tot sport. In de zwoele evenaarszon rende we met een grote meute over en weer om elkander de bal te ontfutselen. Na een flinke poos lopen en zweten moest ik de handdoek (had ik die maar 🙂 ) in de ring gooien. Opnieuw was ik stevig verbrand aan het raken. Mijn mzungu huid was dit duidelijk nog niet gewoon. Uitpuffend zocht ik mijn toevlucht tot de schaduw in de nabijheid van enkele percussie muzikanten. Ik zette mij er gewoon bij en liet me dragen door het ritme van de djembé.

Wat nu? Enigszins uitgezweet ging ik terug over tot sport. Nu echter bleef ik in de schaduw. Ik zou het ‘s nachts sowieso al mogen bekopen. Terwijl ik daar bij de djembé zat, zag ik enkele jongeren elkaar ‘uitdagen’. Het gevecht dat ontstond was me echter iets te hevig. Ik haalde de grootste opzij en ging zijn gedrag op een spelende manier spiegelen. Enkele plagende boksbewegingen zouden hem uit zijn schulp moeten halen. Als de jongeren dan toch een uitlaatklep nodig hebben, dan ben ik liever zelf diegene die hiervoor zorgt. Ik vermoedde dat ze bij mij toch niet te ver zouden gaan. De jongen wist eerst niet goed wat hem overkwam, maar ging er al snel in mee. Spelenderwijs en plagend deelde we elkaar luchtklappen uit. Met gezichtsuitdrukkingen en ‘Bruce Lee’ geluidjes bleef ik duidelijk maken dat het spelen was. Met 4 tegen 1 gingen we zo even door. Het ‘gevecht’ was een mengeling van ‘afreageren’, lachen en speels toenadering zoeken. Aanraken gebeurde zeker wel, maar echt doorkloppen niet. Mijn inschatting was dus gelukkig niet fout geweest. 😉

Om af te sluiten ging ik opnieuw de bal opzoeken. Vanuit de schaduw speelde ik keeper voor de voetballende jeugd. Zo ging ik door totdat het alweer tijd was voor de terugrit.

Voldaan, maar ook wel moe ging ik opnieuw vooraan zitten voor de lange rit terug. In stilte volgde ik de gesprekken mee, maar zelden nam ik eraan deel. Toenadering zoeken tot mijn extraverte collega’s viel me duidelijk lastiger dan bij de jongeren in de jeugdgevangenis. Nu ja, dit is op zich niet nieuw voor mij. :p Het zal me wellicht wat meer tijd en moeite vragen hun toe te laten. Ze lijken namelijk zo anders en meer vaardig dan mij?

Ik ben mij ervan bewust weinig beschreven te hebben over de plek zelf, maar toch ga ik het hier beginnen afronden. De beschrijving volgt zeker nog, ik had er nu echter niet veel zin in. 😉

Maar, toch even in het kort dan: Kampiringisa ligt afgelegen, ergens dicht bij de evenaar. Er is zorg besteed aan het bouwen van de gevangenis dewelke uit enkele blokken bestaat zonder muur errond. Onderhouden zijn de gebouwen echter geenszins. De gebouwen stammen nog af uit de tijd van de Britten, toen Oeganda nog een kolonie was. Voor Foodstep zich ermee gingen moeien, waren de levensomstandigheden echt erbarmelijk. De gebouwen waren in geen jaren gekuist en de kinderen moesten gewoon in hun eigen uitwerpselen leven.

Ondertussen is dit gelukkig anders. Het valt echter nog steeds niet te vergelijken met een Europese gevangenis. Ze hebben niets om doen en zitten met enkele honderden op een plek die voorzien is voor amper 150 kinderen. Slechts enkele momenten mogen de kinderen uit de gevangenisblok komen om buiten te spelen. Sociaal contact met volwassenen is summier en enkel op donderdag mag Foodstep langskomen met enkele mensen om activiteiten te ondernemen en de eerste zorgen aan te bieden. Geleidelijk wordt er echter getracht de levenskwaliteit te verbeteren. Met de hulp van de Foodstep sponsors zijn er zo bijvoorbeeld laatst nog 100 matrassen aangekocht.

Nu goed, ik ga het laten bij deze kleine schets. Meer volgt ongetwijfeld nog. Mijn eerste indruk was er alleszins een van verwondering. Ik vind het echt bijzonder hoe sterk deze kinderen omgaan met hun ‘lot’. Getekend zijn ze alleszins, gebroken echter (nog) niet. De kinderen in de Home zijn hier het voorbeeld van. Het is prachtig te mogen zien hoe zij mits steun terug hun leven kunnen opnemen. Een diep respect weet dit bij me los te maken. Het werkt echt inspirerend en relativerend dit te mogen aanschouwen.

Alhoewel ik uitgeput was aan het einde van de dag, was ik toch echt tevreden over mijn inbreng. Ik had het gevoel toch minstens voor enkele kinderen een meerwaarde geweest te zijn. Ik ben (nog) niet in de mogelijkheid zelf ingrijpende veranderingen te verwezenlijken voor hun , dus gezien de omstandigheden mag ik ook wel tevreden zijn, vind ik. 🙂

Algemene reflectie

Ik vind het nog vroeg om al gewichtige uitspraken te doen, maar voor het ogenblik gaat het best goed met me. Ik heb niet al te veel last van een cultuurschok, het contact met de kinderen verloopt goed en ik voel me wel thuis in het hotel waar ik verblijf. Het is een gezellige, betaalbare plek met veel en vriendelijk personeel. Ik wordt er niet (enkel) behandeld als een mzungu met geld. Er zijn ook wel echt aangename contacten die op meer dan dat gebaseerd zijn. Van werkdruk kan je hier ook moeilijk spreken. Ze lijken altijd wel tijd te hebben om wat te babbelen, of gewoon onnozel te doen. Het doet me echt goed op een plaats te kunnen wonen waar ik me thuis voel en waar ik me kan ontspannen. Die ontspanning is dan ook geen overbodige luxe wanneer je zo’n dergelijk werk verricht.

Ik ervaar ook wel twijfels en onzekerheid, maar echt nieuw of onoverkomelijk kan je ze niet noemen. Ik merk dat de vrijheid die ik hier krijg soms wat onveilig aanvoelt. Een weekplan bestaat er zo goed als niet. Zowat alles ontstaat op het ogenblik zelf. Het is dus wel een uitdaging om die zucht naar controle los te laten. Ook merk ik dat ik nog wel twijfel aan mezelf. Met zo goed als geen werkervaring voel ik me niet echt zeker over mijn kunnen. Het voelt voor mij alsof ik maar iets doe. Als ik echter het grotere plaatje bekijk is dit ‘maar iets doen’ wel te relativeren. Op zich mag ik zeker tevreden zijn over mijn eerste week. Zeer snel heb ik redelijk goede contacten kunnen vormen met de kinderen en jongeren. Misschien helpt het met zelfs nog niet vastgeroest te zijn in vaste patronen? Enfin, zoals je kan merken heb ik nog wel wat twijfels en mis ik nog een klaar beeld over de oorsprong ervan. Ik vertrouw er echter wel op dat dit nog zal volgen. 😉

PS. Foto’s van het Oeganda avontuur volgen zeker nog!

 

3 Comments

  1. Goede terugreis Andreas en tot ziens. Draag dit alles maar mee als een échte levenservaring. Je hebt dat “goed” gedaan!

  2. Ik sluit me aan bij wat Rosette schreef.
    wat je doet is een immense meerwaarde voor die kinderen.
    Er ZIJN is eigenlijk alles wat ze nu nodig hebben, al lijkt het alsof je niets doet…
    Ik vind het heel bewonderenswaardig wat jij doet en hoe die kinderen vechten in die omstandigheden.
    Doe zo verder, je doet dat heel goed.
    Onzekerheid en angst zijn hele normale gevoelens. laat ze toe en volg je ” buikgevoel” en ” intuitie” want dat heb je.
    In gedachten ben ik bij je.
    Veel moed en sterkte,
    liefs
    mama

  3. De moeite waard! wat een arme dutskes, en toch zo sterk, echte vechterkes…wat kunnen we toch veel leren van die mensen – die niks hebben en toch een vorm van gelukkig-zijn ervaren wanneer er iemand al maar vriendelijk met hen omgaat of zich de moeite doet om wat met hen te spelen….je betekent heel veel voor hen zijt er maar zeker van! Goeie moed maar en maar vooruit!

    Groetjes uit Hees!

Laat een berichtje na de 'biep'.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: